URBEXPERIENCE - photography and more

Stories & UrbeXperience

view:  full / summary

Villa St. Anna

Posted by UrbeXperience on October 19, 2015 at 8:55 AM Comments comments (0)

Inspired by the UrbeXperience video "The mystery of Villa St. Anna"


Geschreven door: R. Mike

©R.Mike


~


Villa St. Anna



Het statige oude huis, heeft verrotte houten luiken, versierd met grote spinnenwebben en de voortuin is volledig overwoekerd. Boven de verzakte voordeur hangt een gewei en het doet me denken aan een 19e eeuws jachthuis, als buitenverblijf voor rijke adelen.

Mijn nieuwsgierigheid maakt dat ik via de openstaande deur naar binnen loop. Verschillende ruimtes vol met spullen leiden naar een steile trap die naar de bovenverdiepingen leidt. Het lijkt er op dat de laatste bewoner een fervent verzamelaar was, ik verbaas me over de hoeveelheid eigenaardige spullen die door het huis zijn verspreid.

 

Maar dan ineens bereik ik een kamer, die me onmiddellijk doet denken aan een 19e eeuwse balzaal, Het licht dat door de kapotte luiken schijnt, weerspiegelt prachtig op de ebbenhouten vloer. De kleurrijke muren en het met jachttaferelen beschilderd plafond maken het plaatje compleet. Ik waan mij direct in de tijd van adellijke jachtfeesten en ik loop naar het raam.Tot mijn schrik zie ik een man uit het woonhuis tegenover komen. Hij kijkt richting het raam ...

ik blijf als bevroren staan. Gelukkig, hij ziet me niet.

Snel ga ik naar beneden. Overal spullen, vooral de woonkamer is bezaaid. Aan een muur een beeldje van de heilige St. Anna. Mijn oog valt op een houten tafeltje, vol met persoonlijke spulletjes en vergeelde administratie. Ik ontdek, dat de laatste bewoner een vrouw was, die lang geleden is geëmigreerd, nadat zij haar opleiding op de kunstacademie had voltooid. Blijkbaar had zij nieuw geluk gezocht, een betere toekomst. Dit bleek uit alle verschillende persoonlijke spullen, die iets over haar leven vertelden.

 

En ineens besef ik: Zij is het, die daar op de foto staat. Toen ze nog jong was. Zij is het, die het plafond in de balzaal zo mooi heeft beschilderd. En ik besef, hoe zonde het is, dat ze haar werk nooit af heeft kunnen maken.

 

R. Mike

 

Het verlaten sanatorium.

Posted by UrbeXperience on March 20, 2014 at 8:10 AM Comments comments (0)

This story is inspired by the UrbeXperience video "Abandoned Waldsanatorium S"


Geschreven door: Leny Kruis

©leny kruis


~


Het verlaten sanatorium.

Ik had de sleutel van het sanatorium al gehad van de makelaar en met een snelle duw in mijn rug werd ik de winkel uitgezet. Of ik wilde beslissen als ik alles had gezien. Het stond al zo lang leeg.

 

Ja, natuurlijk.

Het leek alsof hij een beetje bang voor mij was. Het zweet stond op zijn lippen. De grote bos sleutels in de ene hand en de andere hand gevuld met allerlei blaadjes voor de route liep ik naar de auto. Ik stelde met al die kladjes zo goed en zo kwaad als het ging mijn routeplanner in en startte de auto.

 

 

Dit sanatorium had al zo lang leeg gestaan, er deden de raarste verhalen de ronde, eerste een echtpaar die het kocht en nooit betaalde omdat ze ineens van de aardbodem verdwenen waren. Toen een ander echtpaar die er een hotel van wilde maken overkwam hen hetzelfde lot. Ik vroeg mij af of dit bangmakerij van het dorpsgeroddel was, of dat er echt een kern van waarheid inzat.

 

 

De foto’s die ik van het gebouw had gezien lieten mijn handen jeuken. Hier was werk aan de winkel, hier zou ik een pracht van een hotel neerzetten, midden in de bossen, op een rustieke plek en ongestoord zou men hier lekker tot rust kunnen komen voor een schappelijke prijs. Om mee te beginnen in ieder geval.


Op mijn gemak reed ik in een keer de goede route en voor dat ik het wist, was ik al bij het gebouw. Van verre zag het er ontzettend mooi en onderhouden uit. Wel raar, als je bedenkt dat het al jaren leeg stond en de jeugd er wel het een en ander uitgevreten zou hebben.

 

 

Maar niets bleek minder waar. Ik zette mijn auto aan de kant van een bosrand en liep het laatste stukje naar de ingang.

Totdat ik ineens een stem ergens vlakbij hoorde, een krasse stem vol van woede. Ik schok en bleef stil staan.


 

 

“Denken ze nou echt dat ik dit loslaat?”Denken ze nou echt dat ik maf ben?”De eerste de beste die mij hier weer wegjaagt snij ik de strot af, ben het nu wel zat!”


 

Ik schrok van die woorden en keek om mij heen, waar die stem nou vandaan kwam en wat voor man ik ineens voor mij zou hebben als ik niet goed uitkeek.

Een halve gare, die misschien in het verleden hier opgesloten geweest was? Ja, ik had gehoord dat het een sanatorium was, maar dat men ook wel psychiatrische patiënten opnam omdat er zoveel kamers in het gebouw leeg stonden.

En alles bracht geld in het laatje, moest de Gemeente gedacht hebben. De stem die ik hoorde klonk rauw en grof en roggelend hoorde ik hem hoesten, ik rook een sigarettenlucht en keek waar die rook vandaan kwam. Ik voelde mij niet geheel op mijn gemak. Ineens kreeg ik de kriebels van deze omgeving. De stilte die ineens door zo een stem verstoord werd. Zouden die verhalen dan echt waar zijn?

 

 

“De eerste de beste die hier met een bos sleutels aan mijn deur komt vermoord ik ter plekke. Niemand die aan mijn leven komt, niemand die mijn huis inpikt, nog voor geen hotel, ziekenhuis, of voor de luxe. Dit is allemaal van mij!”

 

Zijn toon werd steeds harder en nijdiger en ik kon maar niet plaatsen waar het geluid vandaan kwam. Zou die man zich bewegen terwijl hij brulde? Maar dan zou ik het moeten horen toch?

Ik hield mij stil en met knikkende knieën liet ik mij achter een grote brem zakken. En schrok, toen ik naast mij een kapotte pop zag liggen. Zouden er hier ook kinderen geweest zijn? Ja, waarom niet, het was een sanatorium, maar gedeeltelijk een gekkenhuis.

 

 

Nog even en ik begon aan spoken te denken. Als hij mijn auto nou gehoord had, of gezien?

Zou hij daarom zo een grote mond opzetten vol bedreigingen? Ik was zelf even de weg kwijt, van angst misschien? Ik kende hier niemand, alleen de makelaar wist dat ik hier naar toe zou gaan, maar meer ook niet.



 

Ineens viel het mij op dat het doodstil was, zelfs de wind die door de takken en bomen ruisten hoorde je niet eens meer.

Ik keek angstig om mij heen en ineens…daar stond hij.

Een boomlange kerel, vodden aan zijn lichaam, stinken als een koe die té lang in de vlaaien had gelegen, ongeschoren en geen gave tand meer in zijn mond. Een mens, maar meer kon ik er op dat moment ook niet echt van maken. In zijn vuile hand had hij een kapmes. Zijn andere hand hield hij voor zich alsof hij een schild droeg. Wat mij opviel waren zijn ontzettend vieze handen en nagels. Niets was er schoon aan deze man, zelfs zijn stem klonk goor.

 

 

“Wat moet jij hier?”Bromde hij met een woeste enge blik in zijn ogen.

 

“Ik kom hier even kijken, als het mag hoor. Anders ben ik zo weer weg.” Ik wist niet wat te zeggen, deze man was een gevaar voor mij en ik had nog zoveel om voor te leven. Intuïtief wist ik dat deze man mij zou vermoorden als het tot een gevecht zou komen. Zijn ogen stonden zo wild, dat de angst bij mij de overheersing van het rationeel denken overnam.

 

 

Ik moest hem toch te vriend houden wilde ik hier zonder kapmes in mijn nek wegrijden.

 

“Woont u hier al lang?”

 

“Gaat je geen flikker aan, wat kom jij hier eigenlijk doen?”

 

Daar wist ik niet zo snel een antwoord op te geven, maar hij had al snel door dat ik natuurlijk ook een koper was.

 

“Als je denkt dit gebouw te kopen maatje, zul je mij erbij nemen!”

 

“Oww, waarom zou ik dit doen dan?” Nu werd het mij even te gortig. Hij stelde de eisen en ik kon betalen?

 

“Omdat ik hier al honderden jaren vertoef en een ieder die het niet met mij eens is, die vertrekt op mijn voorwaarden maatje. En ik kan je nu al vertellen dat die niet zo gezellig zijn als dat jij denkt!”

 

Hij wist niet wat ik dacht, want ik stond te bibberen op mijn benen en mijn hart sloeg over van angst. Deze man was inderdaad een krankzinnige die hier ooit misschien had gelegen en bij het leeghalen van het sanatorium misschien de benen had genomen.

De sfeer was gespannen.

De zon scheen onbarmhartig op ons neer, een prachtige blauwe lucht, een prachtig gebouw dat het uiterlijk had van een luxe ressort en van binnen misschien helemaal uitgewoond. Dit moest echt mijn hotel worden en deze gek zou worden afgevoerd. Hoe, dat wist ik toen nog niet, maar ik zou mij niet laten wegjagen door een vieze, oude, stinkende zwerver die hier clandestien woonde en iedereen de stuipen op het lijf joeg wanneer je hem te na kwam. Het moest niet gekker worden.

 

“Luister meneer, ik zal open kaart met u spelen. Ik ga dit gebouw kopen, opknappen en er een ontzettend mooi hotel van maken. Als je wilt mag je als tuinman bij mij komen werken, of als klusjesman, maar dan eerst eens even een bad en andere kleren. Je stinkt waar je staat!`

Ik voelde mij een held bij deze hele volzin naar de zwerver toe, maar het was het laatste wat ik ook deed in mijn leven.

 

Ik zag het kapmes niet eens aankomen, voelde alleen de snede en hoorde nog een zoef, zag mijn hoofd de weg afrollen.

 

En de zwerver, hij lachte hard en steeds harder, pakte het hoofd en gooide het zonder om te kijken achter zich in de bossen.

 

 

`Zo jongens, hier hebben jullie voor vanavond vast je avondeten, de rest maak ik straks wel klaar!` Zo, waren de wolven ook weer wat rustiger die afwachtend in de bosjes naar de twee mannen stonden te loeren. Zij hadden honger en waren blij met het hoofd, temeer daar het grote toetje nog moest komen. Zij werden echt verwend door hun baasje.

 

 

 

©Leny Kruis

Het huis met de rozen.

Posted by UrbeXperience on May 27, 2012 at 10:05 AM Comments comments (4)

This story is inspired by the Urbexperience-video "Forgotten House of the Wild Roses"

 

Geschreven door: Leny Kruis

©leny kruis



Het huis met de rozen.


Duister was het pad naar het huis dat wij samen liepen, op weg om toch een schuilplaats voor de nacht te vinden. Nergens op de weg was iets te herkennen. geen Motel, Hotel, of zelfs maar een Camping. Gewoon overal waar je keek zag je bossen, alleen maar bossen.


En midden in die bossen liepen wij nu, omdat ik in een flits dit oude huis zag staan, draaide snel de weg af, het pad in, dat abrupt stopte. Wij konden niet verder rijden en stapten uit.


Een broeierige stilte was ons welkom. In de verte zagen wij een verbleekt oud huis, de verf bladderende van de deuren, van de kozijnen, de ramen die tot mijn verbazing toch nog heel waren. Het pad er naar toe was bezaaid met oude takken, plakken oud mos en verlepte bladeren, kortom een zeker niet onderhouden pad naar een verlaten oud grijs huis. Maar waar ik op viel waren die prachtige rozen die aan de kant van het huis bloeide.


“Zou hier nog iemand wonen?”vroeg mijn vrouw en keek een beetje angstig om zich heen.


“Het ziet er wel verlaten uit,”antwoordde ik en zij pakte stevig mijn hand beet om die zo vast te knijpen alsof zij mij nooit meer los wilde laten. Angst was haar raadgever en ik kneep haar bemoedigend terug in haar hand zodat zij niet bang hoefde te zijn, hoewel ik hier ook niet echt gerust op was.


“Kom laten we even verder kijken, misschien kunnen we hier toch overnachten, dit is geen doen zo, ik rijd nu al 4 uur achtereen en ben helemaal gaar.”


Mijn humeur werd er ook niet gezelliger op, temeer daar wij honger en dorst hadden, onze koelbox was al aardig geslonken de afgelopen uren. Maar ook de afgelopen uren waren we geen winkel of station tegengekomen om de tank bij te vullen en de koelbox, alsof we Niemandsland ingereden waren.


“Kijk nou eens!” Mijn vrouw wees vol verbazing naar de zijkant van het oude huis. Ik keek naar de richting die zij wees en zag nog een prachtige wand met mooie rozen, zo mooi rood, zo dapper rechtop tussen al die oude rommel, rode rozen en klaprozen, rood en oranje en geelachtige. Hoe kon zoiets moois hier nu bloeien?

Ik keek naar mijn vrouw en trok haar mee de richting van de rozenstruik uit, zij sputterde enigszins tegen maar ik hield stand en trok haar mee.


“Kijk die lamp nou, die is ook niet echt oud!’ Haar toon klonk angstig en ik keek omhoog, zag de buitenlamp, een bijna nieuw exemplaar.


“En dit dan?” Zij wees mij naar een raam, daarvoor hing een spierwit gordijn. Mijn verbazing nam grotere vormen aan. Hoe was het mogelijk dat oud en nieuw hier zo bijeen gekomen waren? Was dit door mensenhanden gedaan? Waren hier andere krachten aan het werk?


Want toen ik de deur probeerde te openen bleek deze op slot, de ramen zaten potdicht, kortom toen wij rondom het huis hadden gelopen was het enige dat open was, dat waren de prachtige mooie rozen die haast gevraagd werden om geplukt te worden. Ik keek door de vuile ramen naar binnen en zag de schaduw van een oude piano staan. We liepen verder rondom het huis en kwamen langs een diepe waterput.


Als je hier in zou vallen zou geen mens je ooit terugvinden, het groene onkruid en de grote varen woekerden gezellig samen voort.


“Kunnen we vannacht niet gewoon maar in de auto slapen?”vroeg mijn vrouw met een angstige stem. Zij keek nog naar een oude schuur die ook op slot zat en we liepen verder door het onkruid. Alleen bij de rozen kon je veilig en vrij lopen, zonder je te steken aan een doorn, of brandnetel of vochtige bladeren, alles was zo schoon voor de rozenstruiken, die zich als een slinger over het huis wilden laten groeien.


“Ja, ik denk niet dat dit hier nou echt een slaapplaats voor ons is, hoewel ik de rozen prachtig vind!” Ik keek mijn vrouw lachend aan en plukte er een van een tak af en stak die in haar mooie donkere haar. Zij glimlachte, maar het ging niet van harte, zij was echt bang. Die angst sloeg wel op mij over. Ook ik voelde mij wat geprikkeld worden hier bij dit huis met zijn nieuwe mooie rozen en zijn oude deuren en ramen en schuur en waterput en een soort van kippenren die er half bij hing.

Al wat ontbrak was een oude enge man die “BOE” zou roepen.


“Laten we maar naar de auto teruglopen, ik krijg hier kippenvel van,”zei ik tegen mijn vrouw en trok haar mee richting het pad dat naar de auto leidde.


“Je loopt de verkeerde kant uit hoor, het is die kant uit!” Zij wees de andere kant uit en ik keek even links en toen rechts, achter mij en voor mij en toen naar haar.

“Waar is dat verdomde pad nou?”

“Nou volgens mij is het deze kant uit,”zei mijn vrouw weer en zij trok mij haar richting uit. Na vijf minuten gelopen te hebben en geen pad gevonden besloten wij toch de andere kant maar te nemen, ergens moest dat rare vieze pad toch zijn!


Wij liepen hand in hand mijn aangewezen kant uit, maar ook hier nergens een pad te bekennen.

“Dit is toch van de gekken, dit kan niet!’mopperde ik en trok mijn vrouw dan maar naar de rechterkant, maar na een tijdje door een oerwoud van onkruid en spinrag gelopen te hebben raakten wij steeds meer verwijderd van het huis met de rozen.

“Dan maar naar links, ik weet het ook niet meer!” Woest was ik, rondom het huis was er overal onkruid, daar ergens tussen moest onze auto toch staan? Wij kwamen weer bij het huis met de rozen aan en het zweet stond in mijn handen.


“Waar is dat verdomde pad nou!’Mijn toon was hard en woest, te gek dat je een auto zoekt in een bos vol onkruid en al wat je ziet waren die prachtige mooie rozen die je zo verliefd aan hingen te kijken, alsof ze op publiek wachtten.

“Geef je mobiel eens, ik bel de politie wel, halen die ons hier wel uit!” Hij pakte haar mobiel aan en terwijl hij intoetste klapte hij het mobiel alweer dicht.

“Geen signaal, lekker dan, staan we hier en nou?”

“Ja en nou?”

“Ik weet het ook even niet, rustig nadenken, weet je wat, pluk gezellig wat rozen hebben we in ieder geval wat om thuis op tafel te zetten. Zij keek hem woeden aan en zei:

“Moeten we toch eerst de auto zien te vinden in deze jungle, jij ook altijd met je plannen!”


“Ja, nou heb ik het even lekker gedaan, jij wilde toch een eind rijden, jij wilde toch overal en nergens heen zonder kaart?”Wil jij mij nu de schuld geven dat we hier vast zitten alleen omdat ik even het pad niet kan vinden?”

“Dat pad is er nooit geweest man, we hebben gedroomd, we zijn gewoon in de blind naar dit huis toegelopen, gelokt door die rozen, meer niet, snap dat dan, die rozen lokken de mensen gewoon!”


“Jij hebt teveel horror films gekeken!’antwoordde ik haar. Maar ook ik twijfelde ineens, zou het kunnen zijn dat die rozen…..Ach nee natuurlijk niet, niet in deze tijd toch?


 



~~


 

“Hé pap, kijk eens wat hier staat!”Een auto, helemaal begroeid met onkruid en klaprozen, wie laat er nou zijn auto achter in het bos!”


Hoofdschuddend liep het gezin verder, richting het pad naar het huis met de rozen dat ze vanaf de weg hadden gezien. Nieuwsgierig naar wat ze aan zouden treffen besloten ze eens een kijkje te nemen.

 


©leny kruis

De hoofdzaak.

Posted by UrbeXperience on December 27, 2011 at 2:30 PM Comments comments (4)

 This story is inspired by the Urbexperience video "CSE Black Forest"

 

Geschreven door: Leny Kruis

©leny kruis


De hoofdzaak.


In de duisternis kwam hij aan. 

Hij parkeerde zijn auto op een hobbelig paadje en liep zacht naar een al openstaande deur.


De stilte was om te snijden, de duisternis liet hem struikelen over stenen en stukken hout, geen lantaarn in zijn bezit, alleen het licht van de maan dat hem leidde naar weer een deur die half in de sponningen hing.


Verval in het hele huis, doch in de duisternis was dit niet goed te zien. Voorzichtig liep hij met zijn handen vooruit om te voelen waar hij liep naar de trap links.

Hij voelde de leuning en liep voorzichtig de treden op.

Zijn stappen klonken hol en vaag, toen hij boven was en verder liep naar weer een trap aan de andere kant. Het kon niet anders of hij was hier al eerder geweest, anders had hij dit nooit kunnen zien of weten, zo donker was het.

Ergens kraakte wat hout en hij schrok, hield zijn pas en adem in en keek angstig om zich heen.

Al wat hij zag was de duisternis van een brakend huis dat verval als naam had.


Toen hij de tweede trap op was gelopen vond hij de ingang van een kamer, struikelde over een stoel en hij plofte erin om direct als een blok in slaap te vallen.

 

De ochtend dat hij wakker werd, keek hij om zich heen en besefte bij het wakker worden waar hij was.

Gelukkig dat niemand hier van wist. Water om zich te wassen was er niet, dit was een oud en vervallen pand, verlaten en vernietigd door de jeugd. Een spookhuis haast.


Hij stond op en ging naar zijn auto wat te drinken en te eten pakken uit de tas die altijd wel vol zat met voedsel, want een mens moest eten.

Hij liep de twee trappen weer af en toen hij bij de half uithangende deur kwam schrok hij.

Ineens zag hij de zeis.


Die had hier nooit gestaan! Wie was hier geweest?

Wie had zijn huis betreden zonder toestemming? Was zijn kleding er nog wel dat in het kamertje lag? Dat kamertje dat hij gisteren niet meer haalde zo moe was hij geweest?

Rillingen kropen langs zijn nek, zijn haren op zijn armen gingen rechtop staan, dit was eng en raar.

Wie zet er nou een oude antieke zeis bij een deur?

 

Was zij teruggekomen? Wat waren haar plannen dan? Zijn hoofd eraf hakken?

Hij moest zelf lachen om dit belachelijke idee, maar niet van harte, want ze waren niet echt als vrienden uiteen gegaan.

Had zij maar niet moeten stelen!


Hij was ondertussen bij zijn auto gekomen, een oude witte brik die de dienst nog bewees dat de auto reed, maar daar was ook alles mee gezegd. Toen hij de deur openmaakte en wat voedsel uit zijn tas pakte nam hij gelijk een grote hamer mee. Die zeis had hem wel degelijk de stuipen op het magere lijf gejaagd.

Gisteravond kon dat ding er ook nog niet gestaan hebben, want hij was tegen die wand aangestruikeld toen hij door de deur wankelde door de duisternis.

 

Teruglopende naar het brakke huis verbeeldde hij zich dat hij een hand bij de deur zag, maar geen persoon. Begon hij spoken te zien?

Hij begon te beven en versnelde zijn pas, liep naar de deur die al half in de sponning hing en drukte zich ertussen, keek met verbazing naar de plek waar de zeis had gestaan, die was weg!

Ineens werd hij bang, rende de trappen op, hij bleef rennen totdat hij bij zijn slaapkamertje kwam.


Een grote bende van goed en vuil en afval en twee matrassen op de grond, een oude televisie die er voor de sier stond, stroom was er niet en snel plofte hij op een van de vieze matrassen. Hij begon haar te missen, hij begon te trillen en te huilen, zijn angst werd zichtbaar voor de hele wereld. Maar hij kreeg maling aan de hele wereld en zeker aan haar die hem verlaten had.

Had zij maar niet moeten stelen.

 

Hij pakte het rubberen bandje, knelde zijn bovenader af en terwijl hij de spuit al klaar had liggen klopte hij nog even om de ader omhoog te laten komen zodat de speedbal in een keer goed zou werken. De spuit in zijn rechterhand pakkende stak hij de naald in zijn linkerarm ader.

Voordat hij voelde hoe de vloeistof in zijn lichaam belandde hoorde hij te laat de stem van zijn geliefde.

 

“Zie je wel dat je nog genoeg speed in je tas had!” En voordat hij zijn hoofd optilde om haar aan te kijken kwam de zeis met een grote haal langs zijn nek.

Zonder enige vorm van emotie pakte zij de spuit en drukte die zonder enige gêne in haar arm, zijn nog rollende hoofd nakijkend.

 

Een hysterische lach klonk door het oude vervuilde brakke huis.



©leny kruis

 


Rss_feed

Recent Videos

468 views - 0 comments
607 views - 0 comments
511 views - 0 comments